Acupunctuurcentrum Assendelft - Dorn Therapie
Acupunctuurcentrum Assendelft - Tel.:0756210517
Wat is Dorn-therapie?  

De Dorn-methode is een zachte wervel- en gewrichtsbehandeling. De therapie kan gebruikt worden bij ziektes die direct of indirect samenhangen met de wervelkolom. De basis van Dorn-therapie is correctie van het beenlengteverschil. Bijna iedereen heeft beenlengteverschil. Dit leidt tot een scheef bekken, waardoor de wervelkolom niet optimaal meer kan functioneren en er allerlei pijnklachten in het lichaam kunnen ontstaan. Kenmerkend voor de Dorn-methode is dat er gecorrigeerd wordt in beweging en niet in rust, zoals vaak bij andere therapieën het geval is. Het is vrij van ongewenste bijwerkingen, ongevaarlijk, maar zeer werkzaam. De Dorn-therapie wordt afgesloten met een Breuss-massage. 

Het mooie van de Dorn-methode is dat het zo eenvoudig, begrijpelijk en doeltreffend is. Het is geen wonderkuur, maar gewoon met gezond verstand het totale botten- en bewegingsapparaat te lijf. 



De wervelkolom 

Midden in ons lichaam hebben we een zeer stabiel, maar beweeglijk geraamte, dat ons lichaam zijn vorm, stabiliteit en beweeglijkheid geeft. Dit geraamte is niet alleen het centrale steunpunt van het lichaam, maar ook het stabiele beschermende omhulsel van het ruggenmerg (de centrale zenuwen) die onze hersens met alle organen verbindt. De wervelkolom bestaat uit verschillende beweeglijke wervellichamen, die door tussenwervelschijven van elkaar gescheiden en geveerd worden. De flexibiliteit van de wervelkolom en de gewrichten worden door een gecompliceerd spier- en zenuwstelsel rechtop gehouden. De zeven halswervels, twaalf borstwervels, vijf lendenwervels, het heiligbeen en het stuitbeen vormen de wervelkolom, waardoor wij ons staande kunnen houden. De wervelkolom draagt ons hoofd, de schouders en armen. Via het heiligbeen is de wervelkolom met het bekken verbonden dat via het heupgewricht door de benen wordt gesteund. In de ideale situatie is ons geraamte symmetrisch, harmonisch en statisch-dynamisch in evenwicht. Iedereen heeft situaties meegemaakt die deze orde verstoord hebben. De gewrichten zijn verschoven, verdraaid of gekanteld.  Dit geldt in het bijzonder voor de gewrichtjes tussen de 24 rugwervels en de gewrichten bij het heiligbeen. De gevolgen zijn pijn of bewegingsbeperkingen. Soms is het lichaam zelf in staat dit te corrigeren. Lukt dit niet dan is andere hulp noodzakelijk. De gevolgen van langdurige botverschuivingen zijn talrijk. 
 
Bekkenscheefstand

De basis van de Dornmethode is altijd de correctie van het beenlengteverschil. Bijna iedereen heeft een beenlengteverschil. Wel hebben we even lange benen, alleen daar waar het been langer lijkt, is er meer ruimte in het heupgewricht. Bij uitzondering is het beenlengteverschil het gevolg van een operatie of geboorteproblemen. De benen zijn de steunpilaren van ons bekken. Als deze pilaren ongelijk lang zijn, staat ook het bekken scheef: bekkenscheefstand! Dit veelvoorkomende probleem moet verholpen worden, omdat het anders voor veel problemen gaat zorgen. Het leidt vaak tot heiligbeenverschuivingen (daarop staat de wervelkolom) en veel chronische problemen: scoliose, lage rugklachten, heupklachten, kniepijn, voetproblemen, verzakkingen, darm- en blaasproblemen en nekklachten. 
 
Meestal krijg je dan te horen: je ene been is korter dan het andere, doe maar een verhoging in/onder je schoen. Echter dit stabiliseert de bekkenscheefstand, die later tot enorme heup en lage rugklachten kan leiden. Het lange been moet korter gemaakt worden. Door de Dorn-methode kan iedereen zijn benen op gelijke lengte houden.



Oorzaken van het beenlengteverschil 

De oorzaken van ongelijke benen kunnen zijn: een val, vertillen, een misstap maar vooral gewoon het zitten.
Als je zit, staat de romp in een 90 graden positie ten opzichte van de benen. Dan ontspannen de heupspieren zich. Het heupgewricht bestaat simpel gezegd uit een kop en een kom met ertussen kraakbeen en daar omheen spieren en pezen. Slaan we nu het ene been over her andere, dan wordt de kop van dat bovenbeen uit de kom van het heupgewricht “getrokken”. Bij het opstaan glijdt het gewricht niet automatisch terug in de goede positie. De spieren zijn door het staan weer aangespannen en stabiliseren de foute houding. Nog sterker gebeurt dat in de auto, omdat die bij het zitten ook nog trilt. Door deze vibraties trillen de kop en de kom millimeter voor millimeter uit elkaar. Zo kan er een beenlengte verschil van wel 3 centimeter ontstaat. Om dit weg te werken zetten we geen verhoging onder het te korte been, maar gaan we het lange been korter maken, en dat werkt. 

De wervels 

Als door het opheffen van het beenlengteverschil nu de basis in orde is, gaan we verder met de wervelkolom.
Alle wervels worden nu gecontroleerd. Als ze niet in de goede positie staan worden ze voorzichtig weer op hun goede plek gedrukt.